donderdag 25 juni 2020

LEZINGEN EN OVERWEGING ZONDAG 28 JUNI


Laatste overweging deze zondag...

Gedurende de coronatijd hebben we u via deze webpagina en Facebook elke week voorzien van de bijbellezingen en een overweging. Wij hopen dat u daar wat aan gehad heeft, juist in de tijd dat we niet naar de kerk konden gaan. Maar vanaf 1 juli is de tijd om thuis te blijven eigenlijk voorbij. Tenzij u vanwege een zwakke gezondheid niet zoudt kunnen gaan, is het moment wellicht gekomen om uw oude ritme weer op te pakken en naar de Eucharistieviering te gaan. 

Wij hebben, zoals u kunt lezen, vanaf 12 juli drie vieringen elke zondag, om 10, 11 en 12 uur in twee kerken. Welkom terug! Beter in levende lijve samen vieren en de preek beluisteren, dan alleen thuis achter uw scherm.

Op zondag 5 juli is er op NPO2 de viering vanuit de Jozefkerk. Als u die volgt, zult u daar live de lezingen en homilie volgen.

--------------------------------------------------

Eerste Lezing         2 Kon., 4, 8-11. 14-16a
Op zekere dag kwam de profeet Elisa langs Sunem. Daar woonde een welgestelde vrouw, die hem met aandrang uitnodigde, bij haar te komen eten. En iedere keer dat de profeet in het vervolg daar in de buurt kwam, ging hij daar eten. Daarom zei de vrouw tot haar echtgenoot: "Luister eens, ik heb gemerkt dat hij die altijd bij ons aan huis komt, een heilige man Gods is. Laten we op ons huis een kleine kamer voor hem metselen en er een bed, een tafel, een stoel en een lamp in zetten; als hij dan bij ons aankomt, kan hij daar zijn intrek nemen." Toen Elisa er dus op zekere dag weer aankwam, kon hij de bovenkamer betrekken en er zich te rusten leggen. Daarna vroeg Elisa aan Gechazi, zijn knecht: "Kunnen we dan werkelijk niets voor haar doen?" Gechazi antwoordde: "Zij heeft helaas geen zoon en haar man is oud." Toen zei Elisa: "Roep haar."De knecht riep haar en zij bleef in de deuropening staan. En Elisa zei: "Volgend jaar om deze tijd zult u een zoon aan uw hart drukken."

Tussenzang Ps 89 (88), 2-3, 16-17, 18-19

Refrein: Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen.
  • Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen, uw trouw verkondigen aan elk geslacht. Gij hebt gezegd: mijn gunst blijft eeuwig duren, de hemel is de grond­slag van mijn trouw.
  • Gelukkig is het volk dat weet wat blijdschap is, omdat het leeft, Heer, in het licht van uw gelaat. Van dag tot dag vertrouwt het op uw Naam, vindt het zijn kracht in uw gerechtigheid,
  • Want Gij zijt onze roem en onze sterkte, uw gunst maakt ons tot een groot en machtig volk. Want van de Heer ontvingen wij ons schild, de Heilige van Israël gaf ons een koning. 

Tweede Lezing       Rom.,6, 3-4 8-11

Broeders en zusters, Gij weet dat de doop, waardoor wij een zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden zoals Christus, die door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt.Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven; want wij weten dat Christus, eenmaal van de doden verrezen, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. Door de dood die Hij gestorven is, heeft Hij eens voor al afgerekend met de zonde; het leven dat Hij leeft, heeft alleen met God van doen. Zo moet ook gij uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.

Alleluia        Cf. Ef. 1 17-18
Alleluia. Moge de Vader van onze Heer Jezus Christus ons innerlijk oog verlichten, om te zien hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept. Alleluia.

Evangelie     Mt., 10, 37-42

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteus
In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: "Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig. En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. Wie u opneemt, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft. Wie een profeet opneemt, omdat het een profeet is, zal ook het loon van een profeet ontvangen; en wie een deugdzaam mens opneemt, omdat het een deugdzaam mens is, zal ook het loon van een deugdzame ontvan­gen. En wie een van deze kleinen al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan."

-----------------------------------------------------------

Overweging door pastoor Seidel

Het evangelie dat we zojuist hoorden geeft ons twee gedachten: mensen loslaten omwille van Christus en mensen beminnen omwille van Christus. Het lijkt een tegenspraak in zo’n kort stukje tekst.
In de eerste plaats: mensen loslaten, ja, zelfs je leven loslaten. De vraag die er onder ligt is: Wat is Christus ons waard? Vader en moeder, zoon of dochter mogen niet meer voor je betekenen dan Christus. Uiteindelijk moet je alles loslaten als je Christus wilt volgen. Dat is jouw persoonlijk kruis, en ieder moet dat dragen. Bij heel veel mensen roepen deze teksten spontaan weerzin op. Hoe kan Jezus dit vragen? Hoe kan je dit rijmen met het gebod van de liefde? Hoe kan je dit plaatsen naast het 4e gebod van de 10 geboden? Mag je jouw dierbaren zò uitspelen tegenover je toewijding aan Christus, sluiten ze elkaar zò uit?

In de tweede plaats toont het evangelie ons de naastenliefde heel concreet: Wie goed en gastvrij is voor de naaste, wie zelfs maar een beker water geeft aan een leerling van Jezus zal daarvoor rijk beloond worden. Het sluit aan bij de 1e lezing waarin de rijke vrouw uit Sunem wordt beloond voor haar gastvrijheid aan Elisa.
Het eerste en het tweede lijken elkaar tegen te spreken. Eerst mensen loslaten omwille van Christus, en daarna mensen in je armen sluiten omwille van Christus. Het is echter geen tegenspraak.

Het is waar dat Christus het belangrijkste moet zijn. Zoals de wapenspreuk van de heilige paus Johannes Paulus II destijds luidde: totus tuus, geheel de uwe. Alles moet in het teken staan van de ontmoeting met de Heer. Niemand op deze aarde kan ons namelijk geven wat Hij ons heeft gegeven: eeuwig leven. Onze ouders geven ons het aardse leven als zij in hun liefde meewerken met Gods scheppingsplan. Onze broeders en zusters geven ons de aardse liefde. Dat is prachtig en heerlijk, als het een afspiegeling is van de hemelse liefde, het hemelse leven, dat veel intenser is, en veel langer duurt. Dat eeuwige, daarop moeten wij alles inzetten, en als dat een kruis vraagt, dan moeten we dat dragen, omdat er zoveel heerlijkers op volgt. Dat perspectief is overigens ook de motivatie om het uit te houden, ook als het kruis zwaar is.

Die volledige toewijding aan Jezus Christus is dus de eerste opdracht. Maar wie Hem bemint, zal ook de naaste beminnen zoals Hij ons heeft bemind. Wie Hem in de armen sluit, zal daarom juist ook vader en moeder, broers en zussen, ja alle mensen willen beminnen. Maar op een nieuwe manier: omwille van Jezus. En zo sluit het een en het ander wel degelijk op elkaar aan! Wij worden uitgenodigd om helemaal van Jezus én helemaal van de mensen te houden, en dat zal ook gebeuren als wij zijn gelaat herkennen in dat van onze medemensen.

Het is niet de eerste keer en niet de laatste keer dat wij het hier zeggen: de liefde tot Christus schept gemeenschap. Dat is de consequentie als we het een en het ander in dit evangelie rijmen. Wie Christus wil volgen, neemt een kruis op. Wie Christus wil navolgen, laat iets achter: zijn louter menselijke kijk op mensen. Maar hij krijgt er een gemeenschap van ontelbaar velen voor terug. In die gemeenschap zal hij als het goed is zijn familie een plaats geven, met een diepere liefde dan alleen de menselijke dankbaarheid. In die gemeenschap treft hij echter ook een grote familie van heiligen en zondaars aan, die allemaal iets weerspiegelen van de grote liefde, Jezus Christus. In die geest: volg Hem na. Neem de medemens op een nieuwe manier ter harte, herken Hem in ons midden, en vorm in liefde gemeenschap met alle mensen die onze broers en zussen worden.

woensdag 17 juni 2020

LEZINGEN EN OVERWEGING 12e ZONDAG DOOR HET JAAR (A)


Eerste Lezing         Jer, 20, 10-13
Jeremia sprak "lk hoor velen fluisteren: Daar heb je 'Ontzetting-overal'. Breng hem aan. Ja, we brengen hem aan. Al mijn vrienden willen niets liever dan mij ten val brengen. Ze zeggen: "Misschien laat hij zich misleiden; dan overmeesteren we hem en kunnen we ons op hem wreken." De Heer is bij mij als een machtig strijder. Mijn achtervolgers vallen neer, ze zullen niet overwinnen. Ze worden diep beschaamd, nooit bereiken ze iets. Hun schande duurt eeuwig, ze wordt nooit vergeten! "Heer van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onder­zoekt, die hart en nieren doorgrondt, laat mij zien hoe Gij U op hen wreekt. lk heb immers mijn zaak in uw handen gelegd. Zingt een lied, een loflied voor de Heer, want Hij heeft het leven van de arme uit de macht van de boosdoeners gered."

Tussenzang Ps. 69 (68), 8-10, 14 en 17, 33-35

Refrein: Heer, verhoor mij omdat Gij barmhartig zijt.
-- Om U heb ik iedere smaad verdragen, al steeg mij het schaamrood naar het gelaat. Een vreemdeling werd ik voor mijn verwanten, mijn eigen broers kennen mij niet meer.
-- De zorg voor uw huis heeft mij uitgeteerd, op mij kwam de hoon neer van hen die U honen. Maar mijn gebed, Heer, richt ik tot U, nu is het de tijd van genade.
-- Verhoor mij omdat Gij barmhartig zijt en trouw in het hulp verlenen. Verhoor mij, Heer, want mild is uw zegen, sta mij met heel uw barmhar­tigheid bij.
-- Ziet toe, geringen, en weest verheugd, schept moed, gij allen die God zoekt. God luistert naar wat een arme Hem vraagt, vergeet zijn gevangenen niet. Laat hemel en aarde Hem prijzen, de zee met al wat daar leeft.

Tweede Lezing       Rom.,5, 12-15

Broeders en zusters, Door een mens is de zonde in de wereld gekomen en met de zonde de dood; en zo is de dood over alle mensen gekomen, aangezien allen gezondigd hebben. Er was immers reeds zonde in de wereld, voor de wet er was. Maar zonde wordt niet aangerekend, waar geen wet is. Toch heeft de dood als koning geheerst in de tijd van Adam tot Mozes, dus ook over hen die zich niet op de wijze van Adam schul­dig hadden gemaakt aan de overtreding van een gebod. Adam nu is het beeld van Hem die komen moest. Maar de genade van God laat zich niet afmeten naar de misstap van Adam. De fout van een mens bracht allen de dood, maar God schonk allen rijke vergoeding door de grote gave van zijn genade: de ene mens Jezus Christus.

Alleluia


Evangelie     Mt., 10, 26-33
In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: "Weest niet bang voor de mensen. Niets is bedekt of het zal onthuld, niets verborgen of het zal bekend worden. Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken. Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel; vreest veeleer Hem die en ziel en lichaam in het verderf kan storten in de hel. Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver? En toch zal buiten de wil van uw Vader niet een mus op de grond vallen. Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd geteld. Weest dus niet bevreesd; gij zijt toch meer waard dan een zwerm mussen. leder die Mij bij de mensen belijdt, zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is. Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen, zal ook Ik verloochenen tegenover mijn Vader die in de hemel is.

HOMILIE  door pastoor Seidel

Velen hebben nog de indrukwekkende Urbi et Orbi plechtigheid met paus Franciscus voor ogen, op een leeg Sint-Pietersplein, middenin het dieptepunt van de Corona-epidemie. Hij becommentarieerde het evangelie van de leerlingen in de boot op het stormachtige meer, en vroeg zich met Jezus af: "waarom zijn jullie zo bang?"

Als iemand helder ziet wat de afschuwelijke bedreigingen van onze tijd zijn, de dichte duisternis van geweld en leugen overal, maar ook de zinloosheid die in het materialisme en de onwaarheid van onze wereld schuilt, dan is het wel onze paus. Er zijn denk ik weinig mensen op deze wereld zo goed geinformeerd over wat er speelt, en wat de mensen denken, dan hij. Temidden van al die absurditeit zegt hij desondanks: Wees niet bang. Waarom heb je zo weinig geloof?

Ook Jezus zegt in het evangelie in feite hetzelfde: Geen haar op uw hoofd zal verloren gaan; God heeft meer zorg voor u dan voor de mussen. Een bemoedigende boodschap voor mensen die bang zijn voor alles wat er op hen afkomt. Inderdaad, veel mensen zijn bang. Angst is naast liefde de belangrijkste drijfveer in een mens, en wie niet opengaat in liefde, sluit zich op in angst. Liefde maakt mensen vrij, angst maakt hen gevangene van zichzelf. Liefde is de beste raadgever, angst de slechtste. Desondanks zijn heel veel mensen bang, nog steeds, ondanks de verzachtingen van de coronamaatregelen. Nog steeds durven gelovigen (soms ook jonge gezinnen) niet eens naar de kerk op zondag. Het getuigt van angst voor de medemens, maar ook de angst die zekerheid zoekt in dit aardse bestaan, temidden van dingen en verzekeringen. Angst om zichzelf aan een toekomst te geven, angst om het verlies van gezondheid, om je kinderen los te laten in een toekomst die aan hun is, angst om je veiligheid los te laten, en uiteindelijk je leven. Angst ook soms om de toekomst van de Kerk, angst om de relaties met God en je medemens. Er is zoveel om in deze crisiswereld bang van te zijn, en desdondanks klinkt de boodschap: wees niet bang.

We zeggen dat omdat het tegenovergestelde van de angst inderdaad de liefde is. De liefde van een Vader in de hemel die geen van zijn kinderen zal laten vallen, omdat Hij meer op hen let dan op de mussen. Een Vader die heel goed ziet waar zijn kinderen de mist in gaan, maar die zelf wel het overzicht heeft. Een Vader die zijn Zoon aan ons heeft gegeven, als voorbeeld maar ook lijfelijk, in zijn sacramenten, bijzonder de eucharistie. Een Vader die ons door Christus de zeven gaven van de Geest schenkt, waaronder bijzonder de fortitudo, de moed, de sterkte mag opvallen, maar die samen met wijsheid en inzicht, verstand, raad, ontzag en liefde zijn volheid bereikt. En het is waar: voor wie gelooft is er in de kracht van Vader Zoon en H. Geest een reden om je geborgen te weten. Mensen die zichzelf daarvoor hebben geopend, hebben daarin de kracht gevonden om boven alle angsten uit te stijgen, en zichzelf te geven. Denken we maar eens aan de bekende heiligen die in de concentratiekampen zijn gestorven en die we dit bevrijdingsjaar herdenken: Maximilaan Kolbe, maar ook dichterbij Titus Brandsma en talloze onbekende, maar zeker zo moedige mensen. Waar hebben zij de kracht vandaan gehaald om ondanks alles te beminnen? Hoe hebben zij hun angsten overwonnen? En nog dichterbij laten heel wat dodelijk zieke mensen, ook tijdens de coronapandemie, soms een lijdensmoed zien, waaruit een groot geloof spreekt, een grote liefde, en niet die dodelijke angst.

Wees niet bang. De paus zegt het, Jezus zegt het, maar ook de praktijk van zovele mensen zegt het. Laten wij daarin moed vinden, en de kracht om in alles te blijven beminnen. Wees niet bang, maar openen we onszelf in geloof en vertrouwen op Christus, in hoop op Gods bescherming, in liefde voor de Vader en allen die wij op onze levenswegen ontmoeten.

zaterdag 13 juni 2020

SACRAMENTSDAG - lezingen en overweging


Eerste Lezing         (Dt.8,2-3.14b-16a)
In die dagen sprak Mozes tot het volk: "Blijf denken aan heel die tocht van veertig jaren, die de Heer uw God U in de woes­tijn heeft laten maken. Hij heeft U toen vernederd en op de proef gesteld om uw gezindheid te leren kennen: Hij wilde zien of ge zijn geboden zoudt onderhouden of niet. Hij heeft U vernederd en U honger laten lijden, maar U ook het manna te eten gegeven, dat gij noch uw vaderen ooit hadden gezien. Hij wilde U daardoor laten beseffen dat gij niet leeft van voedsel alleen, maar van alles wat uit de mond van de Heer komt. Denk aan de Heer, uw God, die U uit Egypte, dat land van slavernij, heeft geleid; de Heer die U door die grote en verschrikkelijke woestijn heeft geleid, vol giftige slangen en schorpioenen, door dat dorstige land zonder water; die uit de keiharde rots water voor U liet ontspringen, die U in de woes­tijn het manna te eten gaf, dat uw vaderen nooit hadden gezien.

Tussenzang psalm 147    Refrein: Loof de Heer, Jeruzalem.

--Loof dus de Heer, Jeruzalem, Sion, verheerlijk uw God! Want Hij heeft uw poorten stevig gegrendeld, uw zonen gezegend binnen uw muur.
-- Hij laat u in vrede uw akkers bebouwen en voedt u met tarwebloem. Hij zendt zijn bevel uit over de aarde en haastig rept zich zijn woord. 
-- Hij is het die Jakob zijn woord heeft gezonden, zijn wet en geboden voor Israël. Nooit was er een volk dat Hij zo heeft behandeld, geen ander maakt Hij zijn wegen bekend. 

Tweede Lezing       1 Kor.10,16-17

Broeders en zusters, geeft niet de beker der zegeningen die wij zegenen, gemeenschap met het Bloed van Christus? Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met het Lichaam van Christus? Omdat het brood één is, vormen wij allen één li­chaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood.

Alleluia
Halleluja. Ik ben het levend brood dat uit de hemel is neergedaald. Wie van dit Brood eet, zal leven in eeuwigheid. Halleluja

Evangelie     Joh.6,51-58
In die tijd zei Jezus tot de menigte der Joden: "Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neerge­daald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld." De Joden geraakten daarover met elkaar aan het twisten en zeiden: "Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?" Jezus sprak daarop tot hen: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als gij het vlees van de Men­senzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Zoals Ik door de Vader die leeft, gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij. Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen, die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven."

Overweging door pastoor Seidel, tekst gaat verder onder de afbeelding.

 

HOMILIE

Eucharistie is gemeenschap maar vormt ook gemeenschap. Omdat het brood één is, zijn wij allen één lichaam. Zoals de tweede lezing vandaag zegt, maakt het deelnemen aan de eucharistie van ons mensen méér dan een individu dat omwille van zijn eigen genezing Jezus ontmoet. Natuurlijk, het ontvangen van de H. Communie vergeeft kleine zonden. Het éénworden met Christus gaat niet aan onze ziel voorbij: wij worden erdoor veranderd, als we tot de communie komen, ontvangen wij voor onszelf het voedsel dat ons versterkt.

Maar juist in een tijd waarin zovele mensen zeggen het geloof “op hun eigen manier vorm te geven”, en na een lange periode waarin we alleen thuis geestelijke communies ontvingen, bij een gestreamde Mis voor de TV of de computer, is het goed weer eens extra de nadruk te leggen op het communautair karakter van de eucharistie, anders gezegd: “eucharistie is gemeenschap maar vormt ook gemeenschap”. We ontvangen de communie, maar we worden ook communie, eenheid, gemeenschap. We worden, na de hele coronacrisis, uitgedaagd om weer opnieuw naar buiten te gaan, naar elkaar, weer samen te komen. Blijf nu niet meer thuis op zondag, zeker niet in juli als de kerken echt plek genoeg hebben voor iedereen! Weg van die virtuele vieringen op onszelf, terug naar het vieren in de kerk!

Weer Communio worden. Daarmee wordt in de eerste plaats bedoeld, dat wij door het samen vieren van de eucharistie anders met onze medegelovigen omgaan. Wij weten dat zij, net als wij, Christus in hun hart ontvangen, en daardoor net als wijzelf gewijde tempels van de H. Geest zijn. Dat zij net als wij kinderen zijn van de ene Vader. Daarom voelen wij ons heel diep verbonden met alle mensen die bij ons zitten in de kerk, al zit er nu anderhalve meter tussen. Dat wij dat ook in onze parochie nu niet mogen uitdrukken tijdens de vredewens, is dan heel jammer. We hebben eigenlijk juist nu ook dat teken van gemeenschap in Christus nodig!

Maar in de tweede plaats is eucharistie ook communie met de Kerk waarin dit sacrament wordt gevierd, en waardoor wij het kunnen ontvangen. Dat laatste besef is wel eens sterker geweest. Juist in onze tijd meent iedereen van de Kerk te kunnen denken - en zeggen - wat men vindt. En hoewel het goed is van ons hart geen moordkuil te maken, en kritisch te zijn, denk ik wel eens dat er te weinig liefde is voor diezelfde Kerk. Beseffen wij wel voldoende dat wij alle heil ontvangen van die Kerk, en in de eerste plaats de genade van de eucharistie? Realiseren we ons, dat wij hoe dan ook zelf deel uitmaken van die kerk door onze communie? Zijn wij wel dankbaar genoeg dat de kerk die wereldwijd werkt zo goed is, dat zij hier ter plaatse herderlijke zorg aanbiedt, en niet in de laatste plaats: Christus zelf in de eucharistie?

Ik zou denken, dat wij, wat wij ook mogen denken van een heleboel zaken die in de Kerk in deze coronatijd op het eerste gezicht niet ideaal lijken, wij toch vooral ook dankbaar zouden mogen zijn om wat ze wel geeft. Dankbaar dat we weer bijna iedere dag gelegenheid hebben Christus te ontmoeten in aanbidding en eucharistie, en zo ‘communie’ te hebben, gemeenschap te beleven. Hoe eerlijk wij ook moeite kunnen hebben met de Kerk (en wie heeft dat soms niet?), ik geloof dat de Kerk ons meer geeft dan wij aan haar teruggeven. Laat de communie ons vooral veel liefde geven voor de wereldwijde gemeenschap die zoveel aan ons geeft.

Eucharistie is gemeenschap maar vormt ook gemeenschap. Wij mogen ons aangespoord voelen om de H. Communie te ontvangen, en te delen in Christus’ Lichaam en Bloed. Op veel plaatsen in Nederland gebeurt dat vandaag weer voor het eerst sinds maanden! Maar laten we deze gave verbreden. Niet alleen voor onszelf ter communie gaan, maar in verbondenheid met de vierende gemeenschap hier te plaatse, en wereldwijd. Laat het deelnemen aan de communie in die zin ook altijd ‘kerkopbouw’ zijn.

donderdag 11 juni 2020

LIVESTREAM komende zondag


Voor wie komende zondag nog niet naar een van de Eucharistievieringen kan gaan, is er toch gelegenheid om met ons als parochie mee te vieren, via de Mis via livestream vanuit de Lambertuskerk. Live zondag 14 juni, om 11:00 uur, hier: https://www.youtube.com/watch?v=gcVr5WtDjIk


donderdag 4 juni 2020

Nieuwsbrief dit weekend

Ook deze week komt er een nieuwsbrief uit voor het komend weekend. Daarin hebben we voor het eerst sinds het begin van de coronamaatregelen weer een agenda. 

Het parochienieuws wordt nog gedomineerd door de toepassing van de maatregelen. We leggen uit wat de bedoeling is met het reserveren voor de kerkdiensten. We leggen uit wat eisen zijn met betrekking tot de gezondheid van degenen die zich aanmelden. En we doen een aanbod voor kwetsbare ouderen die toch graag de communie willen ontvangen.

U vindt de nieuwsbrief HIER OM TE DOWNLOADEN.


Lezingen en overweging zondag 7 juni


Eerste Lezing       Ex., 34, 4b-6. 8-9
In die dagen besteeg Mozes 's morgens vroeg de Sinaï, zoals de Heer hem bevolen had. De twee stenen platen nam hij mee.De Heer daalde neer in een wolk, kwam bij hem staan en riep de naam van de Heer uit. De Heer ging hem voorbij en riep: "De Heer ! De Heer is een barmharti­ge en medelijdende God, groot in liefde en trouw." Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer. Toen sprak hij: "Och Heer, wees zo goed en trek met ons mee. Dit volk is wel halsstarrig, maar vergeef toch onze misdaden en zonden, en beschouw ons als uw eigen bezit."

Tussenzang          Dan., 3, 52, 53, 54, 55, 56
Refrein: U komt de lof toe in alle eeuwen.
Geprezen zijt Gij, Heer, God onzer Vaderen, U komt de lof toe in alle eeuwen. Geprezen uw heilige roemrijke Naam, U komt de lof toe in alle eeuwen.
Geprezen zijt Gij in het huis van uw glorie, U komt de lof toe in alle eeuwen. Geprezen zijt Gij op de troon van uw koninkrijk, U komt de lof toe in alle eeuwen.
Geprezen zijt Gij, die de diepten doorschouwt, tronend op kerubs, in alle eeuwen. Geprezen zijt Gij in de koepel des hemels, U komt de lof toe in alle eeuwen.

Tweede Lezing    2 Kor., 13, 11-13

Broeders en zusters, Laat alles weer goed komen, neemt mijn vermaning ter harte, weest eensgezind, bewaart de vrede, en de God van liefde en vrede zal met u zijn. Groet elkander met de heilige kus. U groeten al de heiligen. De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeen­schap van de heilige Geest zij met u allen. Amen.

Alleluia
Alleluia. Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest, God die is, en die was en die komt. Alleluia.

Evangelie
In die tijd zei Jezus tot Nikodemus: "Zozeer heeft God de wereld liefge­had, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God."

overweging onder de afbeelding




Overweging door pastoor Seidel

Als wij ons neerbuigen voor God, knielen, aanbidden, wat voor een God aanbidden we dan? Buigen we ons neer omdat God anders ons hoofd wel zal buigen? Knielen we omdat God ons anders op de knieën zal dwingen?

In de eerste lezing zien we Mozes aanbiddend neerknielen, en het trof mij waarom. Er staat immers: “de Heer is een barmhartige een meelijdende God, groot in liefde en trouw”. Zo is onze God, en daarom mogen we Hem aanbidden. Niet omdat het moet, maar omdat zijn liefde het opwekt. Niet uit dwang of winstbejag, maar in vrijheid, volle vrijheid. God geeft ons de ruimte. Niet omdat Hij groot is in schrikwekkendheid en massaliteit, maar in liefde en trouw. Groot in kleinheid dus eigenlijk, want liefde en trouw zijn grote woorden, maar eenvoudige daden.

Wij aanbidden een barmhartige God, zeggen we met Mozes. Wat betekent dat? Het evangelie legt dat uit: "Zozeer heeft God de wereld liefge­had, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben”. God is een barmhartige Vader, niet zomaar in zich, maar in de gave van de Zoon. En dat alles met als doel om de mens gelukkig te maken, voor eeuwig. Dat gegeven, dat brengt ons tot eerbied, tot liefde. Als wij die God aanbidden, aanbidden we niet alleen zijn glorie als God, maar ook zijn glorie in ons. Wij aanbidden als kinderen, in de kracht van dezelfde H. Geest die Gods eigen wezen is. We aanbidden in gemeenschappelijkheid met Hem. Wat een intimiteit! Wat een gave voor een mens die zoveel kleine en grote tekorten heeft ten overstaan van de almachtige en volmaakte! Hoe meer je eerlijk jezelf ziet, hoe groter je verbazing over God. Hoe kleiner je wordt, hoe groter Hij je maakt. Dat is de barmhartheid, dat is de gave Gods! Het is zoals de tweede lezing besluit, en waarmee wij iedere eucharistie openen: “De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeen­schap van de heilige Geest zij met u allen”. De gave van het leven is de genade, door Christus. De barmhartigheid van de Vader is de liefde van God. De intimiteit, de stroom, de communicatie (zoals er letterlijk staat), dat is de gemeenschap van de Geest. Dat alles is ons deel, omdat God het met ons, kleine mensen, deelt.

Welnu, als God zo groot is in kleinheid, dan worden wij nieuwe mensen. Wie zo ontdekt wat echte liefde is, gaat niet alleen aanbidden, maar ook beminnen. Het leven vanuit de Drievuldigheid is het leven als concrete gemeenschap. Het principe is heel eenvoudig: God is niet alléén in zich, maar zijn liefde brengt eenheid. Zo zijn wij mensen niet alléén in de wereld, maar de liefde die wij van God ontvangen, maakt ons één, als broers en zussen. Dat blijkt uit wat de tweede lezing heel treffend noemt: “Laat alles weer goed komen, weest eensgezind, bewaart de vrede, en de God van liefde en vrede zal met u zijn. Groet elkander met de heilige kus. U groeten al de heiligen.” Wie als nieuwe mens wil leven is barmhartig naar anderen, vergevingsgezind: hij laat alles goed komen. Hij is eensgezind, omdat God in zich ook niet verdeeld is. Hij bewaart de vrede, omdat vergeving en eenheid de onvrede uitsluiten. En op die manier is de liefde en vrede van God zelf ons deel. Dat laat ons onze broeders en zusters heilig groeten en kussen, dat betekent: niet zinnelijk geladen, maar wel intiem. Heel nabij, maar geestelijk. Het maakt ons geestelijk één met de broeders in de hemel, de heiligen.

Wij aanbidden dus een drieëne God. Niet omdat Hij ons dwingt, maar omdat Hij ons vrij maakt. Wij aanbidden zijn barmhartige liefde, die leeft in ons. Wij aanbidden de genade van Christus, de liefde van God, en de intimiteit van de Geest. Wij zijn vrije mensen die zichzelf geven aan onze medemensen. Niet omdat het moet. Maar omdat de Geest ons vrij maakt naar elkaar, en eenheid schept. Mogen we zo het feest van de Drievuldigheid vieren: als het feest van intimiteit met God en gemeenschap met elkaar, als nieuwe mensen. Amen.


Viering in de kapel van Binderen tijdelijk niet mogelijk

In goed overleg met het stichtingsbestuur van de Kapel van Binderen, is afgesproken dat de komende tijd (minstens tot september) er geen vieringen in de kapel zullen plaatsvinden. Daaronder vallen doopsels en huwelijken.

De reden is zeer eenvoudig. Onze premier heeft gisterenavond in zijn persconferentie nog eens duidelijk gesteld: "de anderhalve-meter regel is niet onderhandelbaar." Of we dat nu leuk vinden of niet, daar moeten we ons aan houden. In de kapel van Binderen is het onmogelijk een viering te houden met inachtneming van die verplichte afstand.

Het zal met het dopen en vieren in de kapel wat onze parochie betreft net zo gaan als met alle andere maatregelen die we nu getroffen hebben rond de kerken: zolang de anderhalve-meter samenleving er is, blijft dit van kracht.


Wij rekenen op ieders begrip.

zaterdag 30 mei 2020

Lezingen en overweging Pinksteren 2020


Eerste Lezing  Hand.2,1-11
Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome man­nen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liep het volk te hoop en tot zijn verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: "Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden."

Antwoordpsalm         Psalm 104
Refrein: Zend Gij uw Geest dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.
- Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, wat zijt Gij groot, Heer mijn God ! Hoeveel is het, wat Gij gedaan hebt, Heer, en alles in wijsheid gemaakt, de aarde is vol van uw schepsels.
- Neemt Gij hun geest weg, dan komen zij om, en keren terug tot de aarde. Maar zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.
- De roem van de Heer blijve eeuwig bestaan, Hij vinde zijn vreugde in al zijn schepsels; Mogen mijn woorden Hem aangenaam zijn, dan zal ik mij in de Heer verheugen.

Tweede Lezing           1 Kor.12,3b-7.12-13
Broeders en zusters, Niemand die zegt: "Jezus is vervloekt," staat onder invloed van de Geest van God; en niemand kan zeggen: "Jezus is de Heer," tenzij door de heilige Geest. Er zijn verschillende gaven, maar slechts een Geest. Er zijn vele vormen van dienstverlening, maar slechts een Heer. Er zijn allerlei soorten werk, maar er is slechts een God, die alles in allen tot stand brengt. Maar aan ieder van ons wordt de openba­ring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen. Het menselijke lichaam vormt met zijn vele ledematen een geheel; alle ledematen, hoe vele ook, maken tezamen een lichaam uit. Zo is het ook met de Christus. Wij allen, Joden en heidenen, slaven en vrijen, zijn immers in de kracht van een en dezelfde Geest door de doop een enkel lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met een Geest.

Alleluia
Alleluia. Kom Heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van uw liefde. Alleluia.

Evangelie        Joh.20,19-23
In de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: "Vrede zij u." Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: "Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u." Na deze woorden blies Hij over hen en zei: "Ontvang de heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven."



Overweging door pastoor Seidel

Als we spreken over de Kerk, wat horen we dan? Vandaag op Pinksteren vieren we de geboorte van de Kerk. De heilige Geest wordt uitgestort over de apostelen en zij trekken naar buiten. In de kracht van de heilige Geest overwinnen zij hun eigen angsten en reserves om de opdracht die Jezus bij zijn Hemelvaart had gegeven uit te voeren: “Gaat uit, naar alle landen, doopt hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.” Dat is het eerste verhaal over de Kerk.

Als wij onder elkaar spreken over de Kerk, wat horen we dan? Niet het Pinksterverhaal. Wij luisteren naar verhalen over corona-protocollen, bisschoppen die niet voldoende mogelijkheden zou geven om de Kerk door deze crisis heen te loodsen, verhalen over parochies die nu leeg zouden lopen, en ja, wij zien al jaren dat onze kerken steeds leger worden, de populatie steeds ouder en nu die coronatijd… het lijkt wel de overlevingszucht van de oude reus ons meer zorgen baart dan haar levensadem…

Als we onder elkaar spreken over de Kerk, beseffen we wel wat we dan horen? Ik hoor hetzelfde als in de hele samenleving: onderbuikgevoelens van bezorgdheid en angst over de toekomst. Ik hoor ook mensen die zelf lid zijn van de club waarop ze vervolgens ook bergen kritiek hebben – zoals ook Nederlanders zich soms zo laatdunkend uitlaten over hun eigen land dat buitenlanders zich wel eens afvragen: maar hebben jullie dan geen trots? Iemand zei eens: “Het probleem met de Kerk sinds de jaren 60 is niet de leegloop van het aantal gelovigen, maar de innerlijke leegloop van de mensen die zijn blijven komen.” Keiharde diagnose, maar een geweldige oproep om als gelovige er nu echt zelf iets aan te doen.

Ja, dat laatste is het tweede pinksterverhaal: een schril contrast tussen het vuur van de eerste christengemeente en de uitgeblustheid van de eigentijdse. Het verschil tussen enthousiasme enerzijds en somberheid anderzijds.

Waarom, broeders en zusters, zouden wij eigenlijk Pinksteren vieren als we geen zin hebben om die tweede houding vandaag op het kerkplein achter te laten? Waarom Pinksteren vieren als we niet meer zouden geloven dat het wonder van vuur en enthousiasme niet dik tweeduizend jaar geleden is gebeurd, maar vandaag, heden, aan ons gebeurt?

Als we spreken over de Kerk, hebben we het dan over een geloofsgemeenschap? Ik zou het toch denken! Niets anders brengt ons in wezen samen dan het simpele feit dat we samen ergens in geloven. En niet zomaar ergens in. Wij geloven in God als onze Vader – heel nabij – Jezus als onze Christus en Verlosser – heel concreet – en de heilige Geest als de Helper – heel actueel. Hoe iedereen ook zijn of haar eigen beleving daarbij heeft, dát delen we allemaal samen. Als wij werkelijk gelovigen zijn en dat samen willen beleven – kom op: dan geloven we toch óók dat dit verhaal toekomst heeft? We geloven toch niet in iets van het verleden? Waar is dan toch die identiteit van christenen? Worden wij herkend omdat wij samen Jezus Christus beleven en ergens voor staan?
Als we spreken over de Kerk, hebben we het dan over een missionaire gemeenschap? Jezus heeft niet tegen zijn apostelen gezegd: “Hou dit binnenskamers.” De katholieke Kerk is geen esoterisch genootschap, maar een open gemeenschap. Open om met alle mensen te delen waar wij in geloven en wat ons gelukkig maakt. Ja, ook als wij eigenlijk zouden denken: ‘is dat niet onzinnig’, of ‘is dit nu wel de juiste gelegenheid’ – juist dan geloven wij dat de heilige Geest ons moed geeft om te getuigen met ons leven en ook nog met woorden. Zo komt Jezus Christus en zijn Blijde Boodschap bij de miljoenen hunkerende mensen.

Als we spreken over de Kerk, dan denk ik wel eens: nee, wij zijn veel te veel bezig met onze eigen navelstaarderij. Katholieken zijn veel te bezig met hun eigen structuren, reorganistaties, met het gezag van Paus en bisschoppen, met kwesties als het celibaat en de plaats van de vrouw in de Kerk – allemaal heel belangrijk in het kader van onze eigen navel, maar feitelijk bijzaak, helemaal bijzaak!

Als we spreken over de Kerk, dan denk ik ook aan al die mensen die wachten op zin en verlossing. Juist nu misschien, in die hele wereldwijde pandemie. Wij mopperen over de vele gedoopte schapen die niet naar de Kerk komen, maar zoeken we echt naar hen? Als Jezus spreekt over 99 schapen en één verlorene, dan vindt iedereen het sympathiek dat Jezus dat ene verlorene gaat zoeken. De 99 redden zich wel. Maar wij? Wij zien er 10 in de stal en 90 buiten lopen en wat zeggen we: laat die zich maar redden, wij hebben problemen zat met ons tienen? Kom op zeg! Wat is dat voor een Kerk? Is dat de gemeenschap van Jezus of de Goede Herder? Vinden we het dan gek dat we geen antwoorden hebben in onze samenleving die steeds onrustiger wordt en waar mensen zich steeds meer afvragen wat we moeten doen?

Nee, als we spreken over de Kerk, dan zouden we eerst moeten denken aan onze eigen keuze en opdracht als christen: leerling van Jezus te worden. Dat is onze identiteit! Wij zijn gedoopt en gezalfd met de heilige Geest. Wij hebben de opdracht om zelf altijd optimistisch te zijn, zelf te gelóven waarvoor we staan, onze identiteit hoog houden, naar onszelf en daarna ook naar anderen. En zelf de hand aan de ploeg slaan voor het Rijk Gods. Niet door alles te verwachten van de priesters, dat is klerikalisme. Priesters hebben we nodig voor de sacramenten, maar niet als loopjongens. Zelf de handen uit de mouwen steken en zelf het evangelie verkondigen aan al die mensen die rand- of buitenkerkelijk zijn. Niet de priesters maken de parochies, maar de parochianen. Als zij echt een aanstekelijke geloofsgemeenschap zijn, dan bloeit de Kerk; als zij zelf lauwe, burgerlijke, ontevreden, activistische mensen zijn die niets meer te melden hebben over Jezus en het evangelie dan ‘eh, eh, ja, een bijzonder voorbeeld’, ja dan hoeven we aan zo’n gemeenschap ook niet een van die weinige priesters te verspillen.

Als we spreken over de Kerk, laten we dan spreken over de vraag hoe wij nu, zoals we hier aanwezig zijn, het echt Pinksteren kunnen laten worden anno 2020. Hier en nu, dat vuur van de heilige Geest. In onszelf om het echt te delen met alle mensen om ons heen. Naar buiten, erop uit zoals de Paus zegt, naar de marges van Kerk en samenleving, weg van al die binnenkerkelijke problemen, aan de slag met je geloof. Dat verdiepen, om te kunnen getuigen van Jezus die ons leeft. Ik wens u een zalig Pinksteren.

woensdag 27 mei 2020

Belangrijk nieuws over de parochie na 1 juni !

Nadat vorige week de protocollen van de bisschoppen over het vieren in de anderhalve-meter-tijd zijn gepubliceerd, kunnen wij u nu vertellen hoe wij dat in onze parochie kunnen gaan toepassen. 

De langverwachte extra lange nieuwsbrief voor de parochiële exitstrategie dus. Met bijsluiter.






woensdag 20 mei 2020

Live uitzending Hemelvaartsdag vanuit de Lambertuskerk

Op Hemelvaartsdag is de eucharistie vanuit de Lambertuskerk rechtstreeks te zien op YouTube.

LINK HIER

De viering begint om 11:00 uur.

Lezingen en overweging voor Hemelvaartsdag


Eerste Lezing       (Hand.1,1-11)

Mijn eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft tot aan de dag, waarop Hij zijn opdracht gaf aan de Apostelen die Hij door de Heilige Geest had uitgekozen, en waarop Hij ten hemel werd opgenomen. Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen dat Hij in leven was. Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het Rijk Gods. Terwijl Hij met hen at beval Hij hun Jeruza­lem niet te verlaten, maar de belofte van de Vader af te wachten die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt: "Johan­nes doopte met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de Heilige Geest." Terwijl zij eens bijeengekomen waren stelden zij Hem de vraag: "Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?" Maar Hij gaf hun ten antwoord: "Het komt U niet toe dag en uur te kennen die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld. Maar gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest die over U komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde." Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden, stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen die zeiden: "Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? "Deze Jezus die van U is weggenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan."

Psalm 46              
Refrein: God stijgt ten troon onder luid gejuich, de Heer met geschal van bazuinen.

Alle volkeren, klapt in de handen, jubelt voor God met blij geroep. Want groot is de Heer en alom geducht, een machtig vorst over heel de aarde. Refrein

God stijgt ten troon onder luid gejuich, de Heer met geschal van bazuinen. Zingt nu voor God, laat klinken uw zang, voor onze koning een loflied. Refrein

Koning is God over heel de aarde, zingt dus een psalm voor Hem. Koning is God over alle naties, zetelend op zijn heilige troon. Refrein

Tweede Lezing    (Ef.1,17-23)

Broeders en zusters, Ik smeek de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, U de Geest te geven van wijsheid en openbaring om Hem waar­achtig te kennen. Moge Hij Uw innerlijk oog verlichten om te zien, hoe groot de hoop is waartoe hij U roept, hoe rijk de heerlijkheid van zijn erfdeel te midden der heiligen en hoe overgroot zijn macht is in ons die geloven. Dezelf­de sterkte en kracht heeft Hij betoond in Chris­tus, toen Hij Hem opwekte uit de dood en zette aan zijn rechterhand in de hemelen, hoog boven alle heer­schappijen, machten, krachten en hoogheden en boven elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze maar ook in de toekomstige tijd. Alles heeft God onder zijn voeten gelegd, en Hemzelf, verheven boven alles, heeft Hij als Hoofd gegeven aan de kerk die zijn lichaam is, de volheid van Hem, die het al in alles vervult.

Alleluia
Alleluia, Gaat nu en maakt alle volken tot mijn leerlingen. Ik ben met u alle dagen, tot aan de voleinding der wereld. Alleluia.

Evangelie              (Mt.28.16-20)

In die tijd begaven de elf leerlingen zich naar Galilea, naar de berg die Jezus hun aangewezen had. Toen zij Hem zagen, wierpen ze zich in aanbid­ding neer; sommigen echter twijfelden. Jezus trad nader en sprak tot hen: "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik U bevolen heb. Ziet, Ik ben met U alle dagen tot aan de voleinding der wereld."

Homilie

Kunt u mij de weg naar de hemel vertellen, pastoor? Vandaag vieren wij dat Jezus die weg is voorgegaan. Hij is thuisgekomen, in het huis van de Vader waar volgens eigen zeggen ruimte is voor velen. Wat is die weg naar de hemel? Waar hebben wij onze routeplanner? Staat de weg op een internetpagina? Eén van Jezus leerlingen, Thomas, vroeg al eens aan Jezus: “Heer, wij weten niet waar Gij heengaat, hoe moeten wij dan de weg kennen?” Waarop Jezus maar één antwoord had: “Mijn beste, Ik ben de weg, de waarheid en het leven.”
Kunt u mij de weg naar de hemel vertellen? Een interessante vraag voor Hemelvaartsdag, met een verbluffend antwoord: “Ik, Jezus, ben zelf de weg, de waarheid en het leven.” Jezus is voorgegaan, niet alleen letterlijk, maar ook zijn hele levensweg. Wie Hem volgt, heeft eeuwig leven. Wie leerling van Hem wil zijn, komt thuis. Wie gelukkig wil worden, op aarde zoals in de hemel, zoekt op zijn eigen persoonlijke manier wat de weg van Jezus is voor zijn eigen leven. En dan kom je er.
“Kunt u mij de weg naar de hemel vertellen” is een vraag die we ook mogen stellen aan Jezus’ moeder. Ja, welke weg wijst zij eigenlijk? Wij zijn in de meimaand, de maand van Maria. Niet voor niets. Wij voelen ons thuis bij haar en hopen dat zij voor ons leven iets van heil kan brengen. Het kan goed zijn op Hemelvaartsdag even de aandacht te verleggen van al onze eigen kleine noden en vragen, en omhoog te kijken. “Maria, kunt u ons iets zeggen over de weg naar de hemel, de plaats waar u nu bent om voor ons te bidden?”
“Ja, mijn kinderen, daar heb ik iets over te zeggen. Hetzelfde wat ik al eens eerder heb gezegd, toen mijn Zoon begon met zijn openbaar leven. ‘Doe maar wat Hij u zeggen zal…’ Dat is de weg naar de hemel. Dat is de weg die ik ook gegaan ben. Ik ben naar de hemel opgestegen omdat ik Hem gevolgd ben op zijn weg, altijd de wil heb gedaan van de Vader. Ga en doe evenzo…”
Ja, wij kunnen iets zeggen over onze weg naar de hemel. Aan de hand van Maria gaan wij de weg van Jezus en het antwoord op onze vraag resoneert in onze oren: Volg Mij… Volg Mij… Volg Mij… Volg Hem op de weg van de waarheid naar het leven. Volg Hem met heel je leven, je hart en je handen en je zult in vrede zijn, thuiskomen, eens opstijgen naar het huis van de Vader dat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord maar waarvan wij in geloof en hoop weten dat het ook voor ons is weggelegd. Wees Jezus’ leerling, zoals het een missionaire gelovige anno 2020 betaamt.
De vraag stellen “Kunt u mij de weg naar de hemel vertellen?” is dan ook de vraag naar: “wat is mijn eigen weg, mijn eigen roeping, mijn eigen vraag naar wat God van mij wil”. Voor iedere mens is dat: een heilig leven als leerling van Hem. Wie Jezus’ weg gaat tot het einde toe, wie leeft aan de hand van Moeder Maria, wordt heilig – ook zonder de Paus die dat plechtig bevestigt. Het is een roeping voor ons allemaal. Maar zouden wij ons in het licht van deze Hemelvaartsdag niet de vraag mogen stellen: vraagt God misschien méér van mij dan ik nu doe? Vraagt Hij misschien een weg die nog meer ten dienste staat van Hem en zijn Kerkgemeenschap? Zou ik mijn leven nog meer mogen geven om anderen te helpen de weg naar de hemel te vinden?
“Kunt u mij de weg naar de hemel vertellen?” is een vraag die wij ook bijzonder aan een priester zouden mogen stellen. Wij mogen helpers zijn in de wijngaard van de Heer – om mensen te helpen op de weg van Jezus Christus. Om voorbeeld te zijn dat het Rijk der Hemelen de moeite waard is om voor te leven en te sterven. Dat het waar is dat Jezus voor mensen alles kan zijn, waard om Hem te volgen waarheen Hij ook gaat.
Kunt u helpen om mensen de weg naar de hemel te wijzen? Jazeker. Als wij zelf Jezus willen volgen, mogen wij ons hart openen voor andere mensen. Als wij geloven dat Zijn weg ons geluk is, willen wij dat anderen ook gunnen. Als wij graag bij Maria komen, willen wij ook delen in haar moederlijke zorg voor alle verloren schapen van de Kerk. Als wij iets goeds willen doen om mensen op de weg naar de hemel te helpen, laten wij dan met Maria in gebed gaan. Wij staan aan het begin van de noveen ter voorbereiding op Pinksteren. Maria ging met de apostelen in gebed om de komt van de heilige Geest. Als de Kerk van nu iets nodig heeft, is het voorgangers op de weg van Jezus’ navolging. Heiligen, mensen die helemaal willen leven voor Jezus en zijn Rijk der Hemelen. Priesters ook, die op een bijzondere manier willen leven voor Christus en hun medemensen de weg naar de hemel mogen wijzen.
Kunt u mij de weg naar de hemel vertellen, pastoor? Ja, dat kunnen wij. Met Maria wijzen wij naar Christus, de weg, de waarheid en het leven. Volg Hem. Dan komen we thuis. En wil Jezus dan een handje helpen om te bidden dat heel veel mensen die weg vinden en dat er ook altijd mensen mogen zijn die wegwijzers willen zijn naar de hemel.