Missionaire parochie

Er wordt overal gesproken over 'missionaire parochies' en 'missionair' bezig zijn. Wij denken daarbij snel aan missionarissen, die vroeger naar de ontwikkelingslanden gingen en daar kerken en sociale projecten stichtten. Wat hebben wij daar aan? 

Het klinkt ook vreemd, want we denken dat we in Brabant nog allemaal wel katholiek zijn. Van huis uit. Maar is dat ook zo? Daar moeten we ons een paar vragen bij stellen om dan te ontdekken wat onze missie en 'missionaire Kerk' is.

Identiteit van de christen 

Wat is onze identiteit? Heel eenvoudig: Jezus Christus. Wij leven door Hem en met Hem en in Hem. Los van Hem kunnen we niets. Het belangrijkste voor elke gedoopte is, dat we een diepe band opbouwen met Jezus. 

Kern is: leerling van Jezus worden, zoals we in de evangelies lezen. Jezus vraagt in het evangelie bijna altijd twee dingen van de mensen die Hij ontmoet: 1) Geloof in Mij, en 2) Volg Mij. Hoe eenvoudig is de kern van christelijk leven eigenlijk als we het zo kunnen zien?

Wat is daarna onze missie? Maakt alle volken tot leerlingen van Jezus (cf. Mt 28,19-20) pas dan: “doopt hen en leert hen alles te onderhouden wat Jezus heeft gezegd.”

Een kernboodschap van het Tweede Vaticaans Concilie is dus ook: 
1) een roeping voor alle mensen om heilig te worden in Jezus; 
2) missionair zijn.

Dat is niet alleen een taak voor priesters of religieuzen, maar een universele oproep aan alle gedoopten. Daar komen we op terug.

Doen we dat ook?

1) Veel ‘Brabantse katholieken’ zijn eerlijk gezegd niet zo bezig met de persoon van Jezus. Dat is een diepe identiteitscrisis. Het gaat in de Kerk vaak over van alles, maar niet over Hem. Om die reden weten we ook niet goed hoe we naar buiten moeten treden. Als we niet gefocust zijn op de persoon van Jezus, gaan activiteiten alle kanten op, zonder doel. Laat staan missie in Zijn Naam. Veel katholieken kunnen van alles vertellen over de Kerk zoals het was ('vruuger...'), maar moeilijk spreken over Jezus en wat Hij nu voor ons betekent en de toekomst van onze wereld. Bisschop de Korte noemt dat ‘sprakeloosheid’. Toen hij aantrad in ons bisdom zei hij al: 'er is in Brabant zoveel katholiek leven als de gedoopten zelf waarmaken'. 

2) Catechese en vorming is niet alleen iets voor kinderen. Na het vormsel houdt het niet op, maar begint het pas. Volwassenen moeten blijven leren om gelovig volwassen te worden. Veel katholieken ‘hunkeren’/verlangen echter niet naar Jezus om Hem echt tot vriend, God met ons te hebben, Hem persoonlijk te leren kennen. Catechese is ook meer dan dingen leren met je verstand, het is een weg van liefde en het hart. Maar daar komen we vaak niet aan toe - als er sowieso vorming voor volwassenen is...

3) Veel Brabantse katholieken hebben een zwak ontwikkeld gebedsleven. Er worden heel veel kaarsen gebrand bij Maria en heiligen, maar veel kaarsen zijn intenties voor puur menselijke noden. Vragen of het aardse lot kan worden gewijzigd in ons voordeel, of zoiets. Daarmee doen we  eigenlijk iets wat de heidenen ook altijd gedaan hebben bij hun (af)goden. God en de heiligen laten klaarstaan voor onze wensen. Terwijl het gebed van Jezus net de andere kant op gaat. Niet: 'onze wil geschiede en U mag daarbij helpen' (heidendom) maar: 'uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel' (christendom). Alles is bij Jezus gericht op de hemel, de wil van de Vader, tot in de Hof van Getsemané aan toe. 'Niet wat Ik wil, maar wat U wilt, Vader!' Theologisch gesproken: christelijk gebed is ook eschatologisch. Het staat in verband met het Rijk der Hemelen, en de genade voor het aardse bestaan vloeit daaruit voort, is een teken van het leven dat komt. Zo bidden, samen met Jezus en Maria, méér dan alleen voor hier en nu. Het is duidelijk dat er nog veel groei in gebed mogelijk is bij de gelovigen, maar ook waarom velen die kaarsjes branden, geen gevoel voor de Eucharistie hebben. Want die vorm van gebed is niet gericht op de eigen noden, maar op lof en dank aan de Vader door Christus onze Heer.

4) Individualisering en secularisatie versterken het proces van de identiteitscrisis. We maken het zelf wel uit en de dingen van deze wereld zijn interessanter dan Jezus die zich aan ons geeft. Dat is al sinds de jaren 60 aan de gang, maar nu zet dat wel door. De Kerk is niet meer vanzelfsprekend in de samenleving en de meeste mensen missen de Kerk niet echt. Als ze iets over Jezus willen weten, zoeken ze wel op internet en dan hebben ze een gemeenschap als de Kerk niet zo nodig. Of de Jezus die ze op Google vinden, wel de echte Jezus is om een band mee op te bouwen? Dat maken mensen zelf wel uit. Het komt dus vanuit de mens die zijn eigen religie samenstelt, maar niet de God van Liefde die zich openbaart en ons redt. Wie Jezus wil kennen en zijn leerling wil zijn, kan dit echter niet zonder de gave van het geloof, iets wat je ontvangt en niet zelf maakt.

Gaat het wel zo goed met de Brabantse Kerk?

Nee, eerlijk gezegd gaat het dus vaak niet zo goed met de Brabantse Kerk. Wat zijn de zichtbare gevolgen daarvan? 
  1. Het parochieleven, de gesprekken en ontmoetingen, zijn vaak  erg werelds. Men verwacht een hartelijke parochie, maar vooral een menselijke touch. Het is net als bij de kaarsjes (zie hierboven). Geloof en Kerk moeten dienstbaar zijn aan wat wij als mensen willen. Ook bij kwesties van leven en dood, biedt de Kerk rituelen, maar echt leven vanuit Jezus die gestorven en verrezen is, blijft vaak achterwege. Of spreken over Gods wil met ons leven? Bidden met mensen, op een dieper niveau dan smeekgebed? Als we er over spreken, zijn we liever voorzichtig. Of we doen alsof we het zelf ook niet zo zeker weten. Want we willen niemand iets opdringen, zeggen we dan. Bang misschien ook voor afwijzende reacties. We houden het graag gezellig. 
  2. Het zichtbare katholieke verdwijnt steeds meer. Wat vroeger Rooms-Katholiek heette, is het niet meer. Scholen en ziekenhuizen doen aan levensbeschouwing, open voor alle religies. Respect voor elkaar, inclusiviteit en tolerantie, zijn belangrijker geworden dan echt leven vanuit christelijk geloof. Mogelijke contacten met overheden, gemeentes en media, gaan veel parochies wat uit de weg. Daarmee worden we nog onzichtbaarder, en beschouwt men de Kerk nog minder relevant voor sociale cohesie.
  3. Parochies vergrijzen, jongeren blijven weg, en het in stand houden van de gebouwen, lijkt alle energie op te vreten. Maar steeds meer kerken worden desondanks herbestemd tot woningen, sportaccommodaties of sociale centra. Herbestemde kerken zijn een pijnlijke herinnering aan hoe het was. Veel oudere katholieken lijden aan heimwee en praten veel over vroeger, alsof er geen toekomst meer is. Dat maakt de sfeer bij de vergrijzing extra somber.
  4. We hebben weinig tijd en mogelijkheden over om het evangelie te verkondigen, zo lijkt het wel. We hebben het al zo druk. Daar wordt dus ook weinig aan gedaan. We zijn wél veel bezig met problemen en veranderingsprocessen te managen. Maar we weten vaak niet hoe en dat maakt onzeker. Enerzijds willen mensen alles in stand houden zoals het was, maar anderzijds voelen we dat het parochieleven vaak dood is en we opnieuw zouden moeten beginnen, maar waar? 
We kunnen pas vernieuwen en een missionaire Kerk worden, als we eerlijk zien waar we nu vaak in vastlopen. Het ombuigen begint niet in het luchtledige, maar waar de Kerk nu staat. Zonder het mooier te maken dan het is.

Kansen om de crisis om te buigen naar hoop

Wie Jezus echt leert kennen, wordt van leerling tot apostel: gezonden om er op uit te gaan. Het is onmogelijk om na die ontmoeting met Hem niet te spreken en niet te leven vanuit die ervaringen met Gods liefde. Daar is een gebedsleven voor nodig, en dat ontwikkelen in stilte en het overwegen van Gods Woord kunnen we niet achterwege laten.

Leerling-zijn en missie is evenwel geen individuele taak, maar een taak van de Kerk en vele harten en handen. De missionaire Kerk moet ook echt een gemeenschap zijn waarin het geloof in Jezus samen wordt beleefd, heel concreet. Biddend en werkend. Alleen samen staat de Kerk/parochie sterk. Als het alleen iets is van een pastoor met slechts enkele 'getrouwen', zal verandering van kerkelijk leven lastig zijn.

Dus: vanuit een kleine groep soms langzaam groeien naar een grotere groep. Eerst bouwen aan gemeenschappelijke identiteit, daarna aan missie.

Als een aanzienlijke groep gelovigen die verantwoordelijkheid wél gezamenlijk opneemt, verdwijnen de problemen met de Brabantse Kerk ook op den duur, zij het niet vanzelf en meteen: 
  1. Durf te getuigen! Ontmoetingen met mensen en gesprekken zijn hartelijk, maar hebben een centraal oriëntatiepunt: het evangelie en de persoon van Jezus. Hij staat ons steeds voor ogen en gebed draagt ons getuigenis. Menselijk nabij, maar vooral ook goddelijke nabijheid brengend.
  2. Wees zichtbaar en relevant! We treden open naar buiten met onze identiteit, ook via media en contacten met overheden. Overal zijn kansen om iets van Gods liefde te laten zien. Caritatief/diakonaal werk is bij uitstek een manier om positief in beeld te zijn in de samenleving en te getuigen van waar je voor staat. Maar leven in Christus maakt ook vindingrijk. Het wordt de Geest die door ons werkt.
  3. Ga niet mee in somberheid, en denk niet vanuit het verleden! Spreek liever over de parochie als aantrekkelijke gemeenschap waar de toekomst telt.
  4. Ga zelf aan de slag en wees actief! Niet precies weten hoe we moeten resetten, is geen reden om te verlammen. Het ligt in je eigen hand en wie zijn verantwoordelijkheid neemt als gedoopte, ontdekt vanzelf hoe God zijn Kerk leidt. 
  5. En last but not least: laat de vreugde van het evangelie stromen van hart tot hart! Daarvoor is overweging van het evangelie en gebed noodzakelijk, om steeds opnieuw gevoed te worden door Jezus en zijn woorden.

Volwassen gelovigen worden = keuzes maken

De roeping van elke gelovige is dus om heilig te worden, te leven als leerling van Jezus. Als de leken die taak niet op zich nemen en dat ‘heilig worden’ met priesters en religieuzen blijven associëren i.p.v. met zichzelf, miskennen ze hun eigen roeping en zetten ze geestelijken op een voetstuk/stand waar dezen niet thuishoren. En het kan een excuus worden om zelf niet te groeien en verantwoordelijkheid af te schuiven.

Dat klopt dus niet. Alle gedoopten hebben hun eigen missie in de wereld  en dat ontdekken is geen vrijblijvend advies. Maar... als gedoopten er 'verder niks aan doen' en zo nooit volwassen (willen) worden als christen, is er echt een probleem. Dan hebben we een Kerk vol leden die geestelijk 'peuters' zijn gebleven. Daarmee kunnen we niet missionair werken.

We kunnen niet (meer) accepteren dat mensen hun kinderen laten dopen, maar daarna niet willen doorgroeien als gezin, om echt volwassen leerling van Jezus te worden. Men belooft bij de doop kinderen te laten groeien in geloof, ze katholiek op te voeden. Nemen we die belofte serieus? Katholieke opvoeding is dan niet 'normen en waarden meegeven' (zoals de meesten desgevraagd zeggen), maar een band met God opbouwen. Wij zijn een godsdienst van een Persoon: Jezus. Niet van een soort moraal van menselijke waarden en normen. 

Het is heel positief als we afstappen van een doopsel (of eerste communie) uit traditie, alsof we ze daarmee een soort 'levensbeschouwing' meegeven, of een soort 'magische bescherming' voor het leven. Het doopsel is de basis voor een leven met Jezus, en voor minder zouden we het niet moeten doen.

Een parochie is ook geen samenraapsel van individuen die allemaal geloven op hun eigen manier, zonder de persoon van Jezus Christus centraal te stellen of gehoorzaam te willen zijn aan het evangelie. Pluriformiteit mag, maar het kan niet zonder eenheid in Christus. Dat is volwassen geloven.

Wat is dus een 'missionaire parochie'?

De missionaire parochie is een gemeenschap van gedoopten, die verantwoordelijkheid neemt en op een volwassen manier kiest om te leven als leerling van Jezus. Vanuit die band met God en Jezus, trekken ze er op uit om andere mensen te ontmoeten. Alleen mensen die vanuit hun hart geraakt zijn door de vreugde van het evangelie, kunnen bijdragen aan een open en missionaire gemeenschap die van betekenis is in onze wereld. 

En hier in Helmond?

De Lambertusparochie wil op deze manier de komende jaren zichzelf ontwikkelen. Met een coördinator voor Missionair pastoraat, met als aandachtsveld: de (jonge) gezinnen. Alles wat we aan beleid ontwikkelen, en al onze activiteiten, zullen worden getoetst aan de missionaire kaders.

Want 'missionair' is geen modewoord, maar een identiteit. In Christus.